Al sinds de ontdekking van het EEG in de jaren twintig van de vorige eeuw is bekend dat de zenuwcellen in de hersenen met elkaar communiceren met verschillende soorten hersengolven. Deze golven worden onderverdeeld op basis van de snelheid waarmee ze voorkomen, wat frequentie wordt genoemd. Langzame golven komen bijvoorbeeld maar 1 tot 4 keer voor per seconde en worden deltagolven genoemd. Deze deltagolven zijn vooral bekend als slaapgolven. Tijdens bepaalde fases van de slaap zijn deze golven duidelijk aanwezig. Bij gezonde personen is het aandeel deltagolven in de hersenactiviteit in wakkere toestand zeer beperkt.
Andere golven die samen met de deltagolven behoren tot de langzame golven zijn de thetagolven. Deze komen 4 tot 8 keer per seconde voor. Bij gezonde personen zijn deze golven een teken van mindere activiteit van bepaalde hersengebieden, wat bijvoorbeeld kan samenhangen met moeheid.
De bekendste golven van het EEG zijn de alfagolven. Dit zijn regelmatige golven die bij de meeste mensen goed zichtbaar zijn boven gebieden achter op het hoofd zodra de ogen gesloten worden. Alfagolven komen 8 tot 12 keer voor per seconde (gemiddeld 10 keer) en zijn meestal gemakkelijk herkenbaar. Alfagolven vormen de scheiding tussen de langzame golven (delta en theta) en de snelle golven.
Tot de snelle golven behoren de bètagolven, die tussen de 12 en 32 keer per seconde kunnen voorkomen. Bètagolven komen voor in hersengebieden die actief met het uitvoeren van taken bezig zijn. Als hersengebieden erg actief zijn en veel informatie moeten verwerken, zijn vooral snellere bètagolven zichtbaar in het EEG. Daarom wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen bèta1- (12-20 keer per seconde) en bèta2-golven (20-32 keer per seconde).

 

 

normalepatronen

afwijkende patronen

apparatuur

 

AddThis Social Bookmark Button
JT Fixed Display